BiologieBoost
Upgrade · 7 dagen gratis🔥 0

Verdieping · Hormonen

Negatieve terugkoppeling stap voor stap lezen

Regelschema’s lijken ingewikkeld doordat verschillende hormonen tegelijk pijlen naar elkaar sturen. Toch draait elk schema om dezelfde vraag: welke grootheid moet rond een norm blijven en welke reactie maakt een afwijking kleiner? Door eerst de geregelde grootheid te vinden, kun je ook een onbekend hormonaal systeem analyseren.

Een vaste methode voor regelschema’s met sensoren, hormonen, doelwitorganen en negatieve terugkoppeling.

01

Zoek de geregelde grootheid en de norm

De geregelde grootheid kan de bloedglucose, lichaamstemperatuur, osmotische waarde of concentratie van een eindhormoon zijn. Een receptor of endocriene cel registreert een afwijking. Het regelcentrum vergelijkt de informatie met een streefgebied en stuurt via een signaal een effector aan.

Negatieve terugkoppeling betekent dat het effect de oorspronkelijke afwijking verkleint. Stijgt bloedglucose, dan bevordert insuline processen die bloedglucose laten dalen. Daalt zij, dan neemt de prikkel voor insulineafgifte af. Het woord ‘negatief’ zegt niets over goed of slecht; het beschrijft de richting van de terugwerking.

02

Lees een hormoonas van boven naar beneden

In een hormoonas stimuleert een regelcentrum vaak een hormoonklier, die vervolgens een eindhormoon maakt. Markeer stimulerende pijlen en remmende terugkoppelingen apart. Een hoog gehalte eindhormoon remt dikwijls zowel het bovenliggende vrijmakende hormoon als het stimulerende hormoon.

Wanneer een klier uitvalt, daalt het eindhormoon. De remming op de bovenliggende niveaus wordt zwakker, waardoor stimulerende hormonen juist stijgen. Dat omgekeerde patroon helpt primaire uitval van een klier te onderscheiden van een probleem hoger in de as.

03

Voorspel een verstoring systematisch

Verander één onderdeel en volg de pijlen in de tijd. Bij toediening van een eindhormoon stijgt eerst de concentratie daarvan. Door negatieve terugkoppeling daalt daarna de afgifte van bovenliggende hormonen. Stop je langdurige toediening plotseling, dan kan de eigen as tijdelijk traag reageren omdat klieren minder actief zijn geweest.

Let op vertraging. Hormonen werken vaak langzamer dan zenuwsignalen en hun concentraties schommelen. Een momentopname hoeft dus niet het uiteindelijke evenwicht te laten zien. Gebruik woorden als ‘aanvankelijk’ en ‘op termijn’ als de vraag beide fasen onderscheidt.

04

Schrijf het antwoord met richtingwoorden

Noem steeds stijgen of dalen, stimuleren of remmen en het gevolg voor de geregelde grootheid. ‘Er is terugkoppeling’ is te vaag. Beter: door de hogere concentratie thyroxine worden hypothalamus en hypofyse geremd, waardoor minder stimulerend hormoon wordt afgegeven en de productie van thyroxine afneemt.

Controleer of het eindresultaat de afwijking inderdaad verkleint. Als jouw keten een stijging steeds verder laat toenemen, beschrijf je positieve terugkoppeling of heb je een pijl verkeerd gelezen. Positieve terugkoppeling komt voor, bijvoorbeeld rond de bevalling, maar is niet het standaardmechanisme voor homeostase.

Controleer deze drie punten

  • Negatieve terugkoppeling betekent remming van de afwijking, niet dat ieder pijltje remmend is.
  • Een hormoon bereikt veel cellen, maar alleen doelwitcellen met de juiste receptor reageren.
  • Een lage eindhormoonconcentratie kan samengaan met een hoge concentratie stimulerend hormoon.

Kun je dit zonder terugkijken?

  1. Voorspel insuline- en glucagonafgifte na een koolhydraatrijke maaltijd.
  2. Wat gebeurt met een stimulerend hormoon als een eindklier onvoldoende eindhormoon maakt?
  3. Leg uit waarom positieve terugkoppeling meestal geen stabiel evenwicht oplevert.

Redactionele verantwoording

Dit artikel is in eigen woorden geschreven door BiologieBoost en sluit aan bij de biologische redeneerwijzen en onderwerpen uit de syllabus biologie vwo. Het is geen kopie of bewerking van een lesmethode.

Lees meer over onze werkwijze op Bronvermelding of meld een inhoudelijke fout via contact@biologieboost.nl.

Hormonen

Lees het volledige theoriehoofdstuk of oefen dezelfde stof met flitskaarten en examenopgaven.

Open hoofdstuk