Waarom dit helpt
Leer osmosevragen oplossen vanuit waterpotentiaal, membraanselectiviteit en het verschil tussen dierlijke en plantaardige cellen.
Begin met wat het membraan doorlaat
Teken twee compartimenten en schrijf bij iedere stof of zij het membraan kan passeren. Osmose beschrijft de nettoverplaatsing van water door een selectief permeabel membraan. Kan de opgeloste stof zelf snel diffunderen, dan kan het concentratieverschil verdwijnen en is een blijvend osmotisch effect minder vanzelfsprekend.
Vergelijk daarna de waterpotentiaal. Opgeloste deeltjes binden watermoleculen en verlagen de waterpotentiaal. Water beweegt netto van een plaats met een hogere waterpotentiaal naar een plaats met een lagere waterpotentiaal, totdat evenwicht of een tegendruk ontstaat. Een pijl tekenen is dus pas de laatste stap.
Voorspel volume én druk
In een dierlijke cel leidt instroom van water tot volumetoename. Omdat alleen een celmembraan de cel begrenst, kan de cel uiteindelijk barsten. Bij uitstroom verschrompelt zij. Een plantencel heeft daarnaast een stevige celwand. Waterinstroom verhoogt daar de turgordruk; de celwand levert tegendruk en voorkomt dat de cel onbeperkt uitzet.
Bij een plantencel in een sterk geconcentreerde oplossing verlaat water de vacuole en het cytoplasma. Het celmembraan kan daarbij loskomen van de celwand: plasmolyse. Schrijf niet dat de celwand krimpt. De celinhoud wordt kleiner terwijl de wand haar vorm grotendeels houdt.
Werk een onbekende situatie terug
Stel dat rode bloedcellen na toevoeging van oplossing X kleiner worden. De waarneming vertelt dat water de cellen verlaat. Daaruit volgt dat oplossing X voor deze cellen hypertoon is: de effectieve concentratie van niet-doordringende opgeloste stoffen buiten is groter. Je hebt dus geen exacte molariteit nodig om de richting te bepalen.
Bij isotone oplossingen is er nog steeds beweging van afzonderlijke watermoleculen in beide richtingen. Alleen de nettoverplaatsing is nul. Dat onderscheid tussen dynamisch evenwicht en ‘geen beweging’ levert vaak het beslissende punt op.
Formuleer het als examenketen
Een volledig antwoord bevat meestal drie schakels: buiten de cel is de waterpotentiaal lager; daardoor verplaatst water netto door het membraan naar buiten; daardoor neemt het celvolume of de turgor af. Voeg alleen details toe die de vraag nodig heeft.
Controleer tenslotte of je verklaring over water gaat, niet over het doelgericht bewegen van zout. Woorden als ‘wil’, ‘trekt aan’ en ‘kiest’ verhullen vaak een ontbrekende tussenstap. Benoem verschil, transportproces en gevolg expliciet.
Veelgemaakte denkfouten
Controleer deze drie punten
- Hypertoon en hypotoon beschrijven een oplossing altijd ten opzichte van een cel of andere oplossing.
- Meer watermoleculen aan één kant is niet hetzelfde als een hogere waterpotentiaal wanneer ook druk meespeelt.
- Een plantencel barst meestal niet door osmose, omdat de celwand tegendruk levert.
Actief ophalen
Kun je dit zonder terugkijken?
- Een aardappelcilinder wordt zwaarder in oplossing A. Wat zegt dat over de waterpotentiaal van A ten opzichte van de cellen?
- Waarom is een isotone infuusvloeistof belangrijk voor rode bloedcellen?
- Leg plasmolyse uit in drie causale stappen.
Redactionele verantwoording
Dit artikel is in eigen woorden geschreven door BiologieBoost en sluit aan bij de biologische redeneerwijzen en onderwerpen uit de syllabus biologie vwo. Het is geen kopie of bewerking van een lesmethode.
Lees meer over onze werkwijze op Bronvermelding of meld een inhoudelijke fout via contact@biologieboost.nl.
Terug naar de leerlijn
Cel en leven
Lees het volledige theoriehoofdstuk of oefen dezelfde stof met flitskaarten en examenopgaven.