Na dit hoofdstuk
Dit kun je uitleggen
- Je kunt in een context onderscheiden wat natuurwetenschap is en waarin fundamenteel en toegepast onderzoek verschillen.
- Je kunt in een context de stappen van de onderzoekscyclus in de juiste volgorde zetten.
- Je kunt in een context beoordelen of een uitspraak wetenschappelijk toetsbaar is.
- Je kunt in een context een experiment opzetten waarin de variabelen goed geregeld zijn.
- Je kunt in een context beschrijven hoe onderzoek wordt opgeschreven, beoordeeld en gepubliceerd.
- Je kunt in een context een microscoop gebruiken en de vergroting van een beeld berekenen.
- Je kunt in een context meetgegevens weergeven volgens de afspraken die in de natuurwetenschappen gelden.
Kernredenering
Zo hangt de stof samen
Een betrouwbaar onderzoek begint met een toetsbare vraag en een meetbare voorspelling. Verander één onafhankelijke variabele, meet de afhankelijke variabele en houd storende factoren zo veel mogelijk gelijk. Pas daarna bepaal je of de gegevens de hypothese ondersteunen.
Wat wetenschap is
Wetenschap is niet zomaar een verzameling feiten, maar een manier van werken. Een uitspraak telt pas als hij op waarnemingen berust en als een ander hem kan controleren. Dat laatste is de kern: kennis die niemand kan narekenen, blijft een mening.
De natuurwetenschappen — biologie, scheikunde, natuurkunde — zoeken naar wetmatigheden in de natuur die je kunt toetsen. Ze verschillen van elkaar in onderwerp, niet in werkwijze.
Binnen dat vak loopt er nog een scheidslijn. Fundamenteel onderzoek wil kennis uitbreiden zonder toepassing voor ogen; toegepast onderzoek richt zich op een concreet probleem, zoals een betere behandeling of een gewas dat tegen droogte kan. Ze hebben elkaar nodig: vrijwel elke toepassing rust op fundamenteel werk waarvan het nut destijds nog niet te zien was.
Kernbegrippen
- wetenschap
- Manier om kennis te vergaren waarbij uitspraken alleen tellen als ze op waarnemingen berusten en door anderen gecontroleerd kunnen worden.
- natuurwetenschap
- Wetenschap die verschijnselen in de natuur bestudeert en verklaart met wetmatigheden die te toetsen zijn, zoals biologie, scheikunde en natuurkunde.
- fundamenteel onderzoek
- Onderzoek dat kennis wil uitbreiden zonder een toepassing voor ogen; wat het oplevert blijkt vaak pas jaren later bruikbaar.
De onderzoekscyclus
De wetenschappelijke methode is een vaste reeks stappen, die je telkens opnieuw doorloopt.
Het begint bij een waarneming: iets valt op, en je legt het vast zonder er meteen een verklaring bij te bedenken. Daaruit volgt een onderzoeksvraag, en die moet scherp genoeg zijn om met metingen te beantwoorden — dus met wat je meet en onder welke omstandigheden erin.
Dan komt de hypothese: een verwachting die je opschrijft voordat je meet. Daaruit leid je een voorspelling af in de vorm 'als … dan …', en die stelt het experiment op de proef. Ten slotte volgt de conclusie: wat laten de metingen zien, en houdt de hypothese stand?
Het is een cyclus, geen rechte lijn. Elke conclusie roept nieuwe vragen op, en een hypothese die sneuvelt is geen mislukking maar een uitkomst.
Kernbegrippen
- wetenschappelijke methode
- Vaste werkwijze van waarneming, vraag, hypothese, voorspelling, experiment en conclusie, die telkens opnieuw wordt doorlopen.
- waarneming
- Vastgelegd gegeven over iets wat je met je zintuigen of met een instrument opmerkt, zonder er al een verklaring aan te verbinden.
- onderzoeksvraag
- Vraag die zo scherp is geformuleerd dat er met metingen antwoord op te geven valt; ze noemt wat je meet en waaronder.
Toetsbaar redeneren
Een uitspraak is wetenschappelijk bruikbaar als hij falsifieerbaar is: er moet een uitkomst denkbaar zijn die hem onderuithaalt. Iets wat met elke waarneming te verenigen valt, zegt niets.
Er zijn twee richtingen van redeneren. Inductief ga je van veel losse waarnemingen naar een algemene regel; die regel blijft altijd voorlopig, want de volgende waarneming kan hem breken. Deductief ga je de andere kant op, van een algemene regel naar een verwachting voor één geval. Zo komt een toetsbare voorspelling uit een hypothese.
Beschrijvend onderzoek brengt in kaart wat er is en levert de waarnemingen waaruit vragen ontstaan; hypothesetoetsend onderzoek begint juist bij een verwachting. Een theorie ten slotte is geen gok, maar een verklaring die door veel onafhankelijk onderzoek overeind is gebleven.
Kernbegrippen
- falsifieerbaar
- Zo geformuleerd dat er een uitkomst denkbaar is die de uitspraak onderuithaalt. Wat niets uitsluit, is niet wetenschappelijk te toetsen.
- inductief redeneren
- Van veel losse waarnemingen naar een algemene regel toe redeneren; de regel blijft altijd voorlopig, want de volgende waarneming kan hem breken.
- deductief redeneren
- Van een algemene regel naar een verwachting voor één geval toe redeneren; zo leid je uit een hypothese een toetsbare voorspelling af.
Een experiment opzetten
In een experiment draai je aan één ding en meet je wat er verandert. De variabele die je zelf instelt heet de onafhankelijke variabele; die zet je op de horizontale as. De variabele die je meet is de afhankelijke, en die komt op de verticale as.
Al het andere moet gelijk blijven. Verandert er meer dan één ding tegelijk, dan weet je aan het eind niet waaraan het verschil ligt.
Daarom hoort er een controle-experiment bij: een opstelling die in alles gelijk is aan de echte, behalve in de factor die je onderzoekt. Zonder die vergelijking zegt een uitkomst niets — planten die groeien bij extra licht bewijzen pas iets naast planten die dezelfde grond, hetzelfde water en dezelfde temperatuur kregen. Herhaal bovendien voldoende vaak, want één meting kan toeval zijn.
Kernbegrippen
- variabele
- Grootheid in een onderzoek die kan verschillen, zoals temperatuur, lichtsterkte of groeisnelheid.
- onafhankelijke variabele
- Grootheid die de onderzoeker zelf instelt of kiest, om te zien wat er verandert.
- afhankelijke variabele
- Grootheid die je meet en waarvan je verwacht dat ze meebeweegt met wat je hebt ingesteld.
Opschrijven en publiceren
Onderzoek dat niet wordt opgeschreven, bestaat voor de wetenschap niet. Een wetenschappelijk artikel heeft een vaste indeling, en die is er niet voor de vorm.
De samenvatting geeft vraag, aanpak, uitkomst en conclusie in een paar zinnen. De inleiding zet uiteen wat er al bekend is en waarom deze vraag ertoe doet. Materiaal en methode beschrijft alles zo nauwkeurig dat een ander het kan overdoen — precies wat controleerbaarheid mogelijk maakt. De resultaten geven de metingen zelf, in tabellen en grafieken. Pas in de discussie komt de uitleg, met de beperkingen erbij.
Voordat een artikel verschijnt, lopen vakgenoten het na: peer review. Een overzichtsartikel vat de stand van zaken uit tientallen onderzoeken samen. Werk van anderen gebruik je met bronvermelding; zonder is het plagiaat. En soms levert onderzoek per ongeluk iets waardevols op — serendipiteit.
Kernbegrippen
- wetenschappelijk artikel
- Publicatie waarin één onderzoek volledig wordt beschreven, in een vaste indeling die navolging door anderen mogelijk maakt.
- peer review
- Beoordeling vooraf door vakgenoten die opzet, uitvoering en conclusies nalopen; pas daarna verschijnt het artikel in een tijdschrift.
- samenvatting
- Kort blok vooraan een artikel met vraag, aanpak, belangrijkste uitkomst en conclusie, zodat een lezer kan beslissen of hij verder leest.
Werken met de microscoop
Een microscoop maakt zichtbaar wat te klein is voor het blote oog. De lichtmicroscoop werkt met zichtbaar licht en glazen lenzen, en heeft één groot voordeel: je kunt er levend materiaal mee bekijken. Zijn grens ligt rond 200 nanometer.
De elektronenmicroscoop gebruikt een bundel elektronen en komt daardoor veel verder — tot in de bouw van organellen en membranen. Daar staat tegenover dat het materiaal dood en bewerkt moet zijn.
Wat je bekijkt is het preparaat: meestal dun gesneden en gekleurd, want kleurloos weefsel levert geen contrast. De vergroting van het beeld is die van het objectief maal die van het oculair. Het oplossend vermogen is iets anders: de kleinste afstand waarop twee punten nog te onderscheiden zijn. Verder vergroten zonder dat te verbeteren levert alleen een groter, vager beeld op.
Kernbegrippen
- microscoop
- Instrument dat kleine voorwerpen vergroot afbeeldt, zodat structuren zichtbaar worden die met het blote oog te klein zijn.
- lichtmicroscoop
- Microscoop die met zichtbaar licht en glazen lenzen werkt; hij toont levende cellen, maar niet wat kleiner is dan ongeveer 200 nanometer.
- elektronenmicroscoop
- Microscoop die met een bundel elektronen werkt en daardoor veel fijnere details toont, maar alleen aan dood, bewerkt materiaal.
Meten en weergeven
Metingen zijn alleen bruikbaar als anderen ze kunnen lezen, en daarvoor bestaan afspraken. Elke grootheid krijgt zijn SI-eenheid: meter, seconde, mol, kilogram. In de biologie zijn de kleine maten het belangrijkst — een cel meet enkele tientallen micrometers, membranen en moleculen worden in nanometers uitgedrukt.
Een tabel zet de gegevens in rijen en kolommen, met bij elke kolom de grootheid en de eenheid. Een grafiek laat het verband zien: de ingestelde grootheid op de horizontale as, de gemeten op de verticale, allebei met een schaalverdeling die klopt.
Bij het werk in het lab hoort ten slotte de veiligheid. Veiligheidssymbolen op een verpakking geven in één oogopslag aan welk gevaar een stof oplevert en welke voorzorg daarbij hoort.
Kernbegrippen
- SI-eenheid
- Internationaal afgesproken eenheid waarin een grootheid wordt uitgedrukt, zoals de meter, de seconde en het mol.
- micrometer
- Duizendste millimeter, de maat waarin celgrootte wordt uitgedrukt; een menselijke cel is er enkele tientallen groot.
- nanometer
- Duizendste micrometer, de maat voor moleculen, membranen en de scherpte van een microscoop.
Veelgemaakte denkfout
Let hierop
Een hypothese wordt nooit definitief bewezen door één experiment. Resultaten kunnen haar ondersteunen of juist aanleiding geven haar te verwerpen of bij te stellen.
Actief ophalen
Controleer of je het begrijpt
Beantwoord deze vragen zonder terug te kijken. Kun je de tussenstappen hardop uitleggen, dan beheers je de kern beter dan wanneer je de tekst alleen herkent.
- Formuleer bij de invloed van licht op fotosynthese een onafhankelijke en afhankelijke variabele.
- Waarom verhoogt herhalen de betrouwbaarheid van een meting?
- Bedenk een controleproef bij onderzoek naar de werking van een enzym.
Verantwoording
De begrippenindeling is gebaseerd op OpenStax Biology (eerste druk, CC BY 4.0). De selectie, Nederlandse uitleg, voorbeelden, kernredenering en zelfcheck zijn eigen werk van BiologieBoost.
Lees de volledige werkwijze op Bronvermelding en meld een inhoudelijke fout via contact@biologieboost.nl.
Van begrijpen naar toepassen
Oefen verder met wetenschappelijk onderzoek
Herhaal de kernbegrippen met flitskaarten en pas de redeneringen toe in examenopgaven.
